Deze site maakt gebruik van: Cookies
Home
Tell a friend
Email
Toevoegen
aan
favorieten

 
 
 
Het samenstellen van een Nordic Walking trainingsschema
Gevorderden

 

 


Reizen algemeen
Belangrijke aandachtspunten
   
Verschil met de wandelschema's:
Het verschil met de wandelschema's is dat er in de Nordic Walking schema's wel duurtrainingen in tempo 3 zijn verwerkt. Ook is het interval programma een stuk intensiever. Bovendien is het aantal trainingen per week ťťn meer.
   
Powerwalking:
Deze Nordic Walking trainingsschema's zijn goed te gebruiken bij het invullen van een Powerwalking trainingsschema. Het wandeltempo bij Powerwalking is iets hoger. Door het gebruik van Wandelstokken bij Nordic Walking is de hartslag zo'n 10% hoger dan bij Powerwalking.
   
Powerwalking:
De Nederlandse benaming voor Powerwalking is Sportief wandelen.
   
Doel trainingsschema:
Het doel van de Nordic Walking trainingsschema's voor gevorderden is dat je de wandelafstanden in een stevig tempo kunt volbrengen.
   
Wees flexibel bij het uitvoeren van je trainingsschema:
Volgens schema moet je een zware training doen. Echter als je de hele dag al moe bent, maak er dan een lichte training van of zelfs een rustdag. Als het al een paar weken niet lekker gaat, neem je flink wat gas terug en pas je het hele trainingsschema aan.
   
Zorg voor variatie:
Doe niet elke week hetzelfde. Je lichaam herkent de trainingen op een gegeven moment niet meer als prikkel en er vindt dan ook geen progressie meer plaats. In de algemene voorbereidingsperiode (met veel duurtraining) wordt niet gevarieerd.
   
Durf rust te nemen:
Bouw je schema geleidelijk op: neem na twee weken van opbouw (omvang en intensiviteit) een rustiger week. Vooral na heel intensieve weken neem je een rustige week.
   
Doe regelmatig een testje:
Regelmatig (zo'n om de zes weken) doe je een testje/wedstrijd om na te gaan of je anaŽrobe drempel snelheid en de daarbij behorende hartslag verbeterd (of misschien wel verslechterd) is. Na aanleiding hiervan verander je de tijden en snelheden die staan in de trainingstabellen.
   
Duurtraining:
De duurtraining tempo's (1, 2 en 3) zijn gebaseerd op percentages van de anaŽrobe drempel. Voor meer info: Trainingstabellen.
   
Intensieve duurtraining:
Met deze trainingsvorm moet je voorzichtig omspringen. Intensieve duurtraining (tempo 3) doen je alleen in de algemene en specifieke voorbereidingsperiode om het aŽrobe duurvermogen te verbeteren. Tijdens de intensieve periode doe je deze trainingsvorm niet, omdat de hersteltijd tijdens de intensieve periode te lang is. In het 50 km schema zijn er wel intensieve duurtrainingen verwerkt, omdat het intervalprogramma minder intensief is.
   
Intervaltraining:
De intervaltempo's (maximaal 105%) die vermeld staan bij intervaltraining zijn percentages van de anaŽrobe drempel. Voor meer info: Trainingstabellen.
   
Intervaltraining:
Omdat nu eenmaal niet iedereen een atletiekbaan ter beschikking heeft kan de interval training die staat in Intervaltabellen ook op looptijd worden uitgevoerd. Afhankelijk hoe de vorige trainingen verliepen rond je de tijden naar boven/onder af. Intervaltraining kan ook vervangen worden door vaartspel.
   
Algemene voorbereidingsperiode:
De eerste periode voor de verschillende afstanden is hetzelfde. Deze periode wordt daarom ook de algemene voorbereidingsperiode genoemd.
   
Specifieke voorbereidingsperiode:
De schema's van Wandeltraining.nl leggen met behulp van veel rustige duurtrainingen in de algemene voorbereidingsperiode een stevige duurbasis, zodat je de zware trainingen verder op in het schema goed kan verwerken. Wanneer je duurvermogen in orde is kan je ook direct beginnen met de specifieke voorbereidingsperiode.
   
De voordelen van een logboek op papier:
Een logboek voor je trainingen op je computer is heel bruikbaar. De voordelen van een overzicht in een gewoon schriftje mag je ook niet onderschatten. Voor het schrijven in je trainingslogboek heb je vaak meer mogelijkheden, zodat je meer de tijd hebt om het goed te doen. Een schriftje kan je op een rustig moment (bijvoorbeeld tijdens televisie kijken) even doorbladeren. Ook kun je je aantekeningen snel verbeteren als dat nodig is (de computer start je niet op voor een kleine verandering). Bovendien gaat een logboek op papier niet snel verloren. Voor meer informatie en een voorbeeld: Trainingslogboek.
   
Door de bomen het bos niet meer zien:
Door de verschillende trainingsvormen wordt het hart- en vaatstelsel, longen en spier- en peesstelsel op verschillende wijze belast. Zo worden tijdens een lange rustige duurtraining de spieren (onder andere de glycogeenvoorraad) veel meer belast dan het hart. Omdat de rusthartslag de volgende dagen lekker laag is, denk je dat de eerstkomende training gemakkelijk gaat. Dat hoeft echter helemaal niet het geval te zijn. Dit komt doordat je beenspieren nog (lang) niet hersteld zijn. Doe daarom gewoon een hersteltraining in plaats van dat je die hartslagzone koste wat het kost wilt bereiken.
   
   
Perioden en doelen
Je gaat eerst na welke wandeltocht je wilt gaan wandelen. Hierna ga je de drie opeenvolgende trainingsperiode’s bepalen: de algemene en specifieke voorbereidingsperiode en de intensieve periode. Je houdt uiteraard goed rekening met de beschikbare tijd voor deze periode van 12 weken.
   
Algemene voorbereidingsperiode
Begin: 16 weken voor het uiteindelijke doel.
Einde: 10 weken voor het uiteindelijke doel.
Dus aantal weken: 6

De trainingen in deze periode bestaan voor het grootste deel uit rustige duurtrainingen. Deze periode is ook heel geschikt om aan krachttraining (o.a. heuveltraining) te doen. Het doel van de twee voorbereidingsperiodes (de naam zegt het al) is je voor te bereiden op de intensieve periode, zodat je de training in deze zware periode goed aankunt.
   
   
Specifieke voorbereidingsperiode
Begin: 10 weken voor het uiteindelijke doel.
Einde: 5 weken voor het uiteindelijke doel.
Dus aantal weken: 5

De trainingen in deze periode bestaan nog steeds voor het grootste deel uit duurtrainingen. Begonnen wordt met extensieve intervaltraining. Deze periode sluit je af met een rustige week, om uitgerust aan de intensieve periode te beginnen.
   
   
Intensieve periode
Begin: 5 weken voor het uiteindelijke doel.
Einde: 2 weken voor het uiteindelijk doel.
Dus aantal weken: 3

Tijdens deze periode komt je vorm voor de wandeltocht. Vooral door intensieve intervaltraining zal je snel vooruitgang boeken. Als je de voorbereidingsperiode goed hebt uitgevoerd zal je voldoende snel herstellen van de zware trainingen in deze periode. De tweede week van deze periode train je iets minder intensief.

Twee weken voor de wandeltocht begin je met het verminderen van de lengte van de duurtrainingen. Deze laatste week/twee weken doe je rustige duurtrainingen en korte, intensieve intervallen (niet bij de 50 km training); de rustperiodes tussen deze intervallen zijn lang. Deze vorm kun je ongeveer zes weken vasthouden.
   
   
Overgangsperiode
Begin: einde seizoen.
Einde: nieuwe seizoen d.w.z. begin voorbereidingsperiode.

Na de wedstrijdperiode komt deze periode, waarin je lichamelijk en ook mentaal uitrust voor het volgende seizoen. Wat niet betekent dat je niets doet. Tot aan het begin van de nieuwe voorbereidingsperiode houdt je je algemene conditie bij. Voor de afwisseling kun je nu ook eindelijk eens aan andere sporten gaan doen. Je wandelt wel zo'n drie keer in de week. Als het herstel goed verloopt kan je ook best wel eens wat intensiever trainen. Zorg er in ieder geval voor dat je niet te veel doet. Ook kan je lichte blessures laten genezen.
   
   

Jaarplanning

De meeste van ons willen helemaal niet eenmaal per jaar naar een piek toewerken. Als je tweede wandeltocht binnen de vormpiek van zes weken valt, train je door als in de voorgaande intensieve periode. Echter zorg wel voor meer rust. Als de tweede wandeltocht niet binnen die periode van zes weken vallen ga je anders te werk. De weken na de eerste wandeltocht train je als in de algemene voorbereidingsperiode d.w.z. veel duurtraining. De vorm zal gedeeltelijke verdwijnen. Zoín 6 ŗ 4 weken voor de wandeltocht begin je dan weer met de intensieve periode. Hierna ben je weer ongeveer zes weken in vorm, waarin je dan twee wandeltochten kunt doen. Hierna kun je eventueel nog naar een derde piek toewerken. Dit is overigens niet aan te raden, omdat je het risico loopt overtraind te raken.

 

Voorbeeld van een jaarplanning met twee pieken

   
   
Trainingsschema 10km 21km 50km
Het is nu duidelijk hoe je globaal een Nordic Walking schema kan gaan maken. Ook kan je in de Duurtrainingtabel en Intervaltabel en in Wandelen met hartslagmeter nagaan hoe hard je moet wandelen tijdens de trainingen. Voor meer informatie: Trainingswijzer. Voor de verdere invulling verwijzen we naar de Nordic Walking trainingsschema's voor gevorderden 10 km en 21 km en 50 km.
   
  Stuur door



 

 

 

 

 

Start: December 2007 Laatst gewijzigd op: